De maan en zij
De maan maakt mij altijd
zo onrustig en verlangend
sprak zij
lopend door de Lairessestraat.
Altijd - tijdloos
verschuivend in het heelal.
Afnemend - wassend
in blonde volheid heel?
Nee, ik zag het al:
jagende wolken
gloeiende hondster-ogen.
De maansikkel glansde op haar hoofd.
|