Perverseioon
Waarom de ogen zo ontzet? De lippen verzengd tot zwijgen?
Was het niet voorspeld dat dit je treffen zou?
Had je dan liever het riet - het hert - het heldere water - als straf van de goden?
Je daden waren pervers en onvergeeflijk.
Je mes was snel en scherp – dat is waar.
Zelfs toen de duisternis inviel, lag het zacht glanzend in het bleke maanlicht.
Waarom waren de waarschuwingen van je voedster
– later wegens bloedschande terecht afgrijselijk beboet -
bij je afgegleden als regendruppels langs je verderfelijke lokken?
Jij die denkt dat de goden barmhartig zijn –
was jij dat soms toen je je wraak in bloedige geilheid zo wreed uitte?
Nu roep je haar sprakeloos aan – je beschermster – de pauwogige – het zal je niet baten.
Zij zal voor jou niet pleiten bij hem die tussen de geurende cypressen op de rotsen troont.
Zij zullen zich niet over je ontfermen.
Je daden waren te rochelend wreed en wellustig.
Bloos je niet dat je hiervoor nog om vergeving vraagt?
Het lover om je heen trok zich zelfs van ontzetting terug en verschrompelde.
De éénborstigen vluchtten met hun zwaardvoeten ontsteld de pijnbossen in.
Mishagen schokte de hoefpotigen.
Je lot is bepaald.
Alles is verdord.
Slechts de eenzame reiziger zal op deze plek nog een gat in zijn dromen ontwaren.
De goden zullen zwijgen en zich spiegelen in hun gouden appels.
Ineke Tesijig.
Waarom is dit gedicht zo goed? Omdat de eeuwigheid en de kortstondigheid elkaar raken? Ja – maar vooral
omdat zij deze uitstelt. Daarin maakt de dichteres de spanning voelbaar. In de dáád vallen illusie en
werkelijkheid samen. De dáád is het brandpunt in dit spanningsveld. Het einde is inderdaad “een gat in de
droom “.
P. Geendandy.
|